Willem van Hanegem haalt uit naar Dick Advocaat
In een interview met het Algemeen Dagblad haalt oud-Feyenoorder Willem van Hanegem keihard uit naar Dick Advocaat. Van Hanegem laat er geen gras over groeien en spreekt duidelijke taal over de huidige hoofdtrainer van PSV. ‘Een liegende slapjanus’ noemt hij Advocaat.
Volg ons op TikTok voor de laatste transferupdates!
Zondag komt Advocaat met zijn PSV naar de Kuip voor de kraker tegen Feyenoord. Van Hanegem hoopt de oefenmeester tegen te komen: ‘’Daar heb ik namelijk een paar appeltjes mee te schillen”, zegt hij. “Op de eerste plaats vind ik dat hij laf omgaat met Georginio Wijnaldum. Hij moest na afloop weer even zeggen dat Wijnaldum te weinig scoort. Die jongen heeft zeventien keer in de basis gestaan en mocht zes keer invallen, toch maakte hij dertien goals. Natuurlijk, dat hadden er altijd meer kunnen zijn, maar dertien doelpunten is een aardige score hoor, hij is clubtopscorer. Dick zegt dat alleen maar omdat Toivonen er weer aan komt en die moet hij opstellen. Dan moet er dus eentje uit en dat zal wellicht Wijnaldum zijn. Als je die van tevoren dan even bekritiseert, creëer je je eigen logica ten koste van een speler. Bah, ik walg daarvan.”
De manier van omgaan met spelers bij PSV is niet het enige wat Van Hanegem hekelt aan Advocaat. Beide heren werkten tijdens het EK van 2004 samen, Van Hanegem was destijds assistent van toenmalig bondscoach Advocaat. De manier waarop ‘De generaal’ spreekt over die periode zit Van Hanegem ook niet goed. “Ik hoorde dat hij op de televisie weer eens begonnen is over het EK van 2004 waar Dick toch zo ontzettend onder geleden heeft. Hij mocht nóg eens een keer zeggen dat ik op een persconferentie heb gezegd ‘Ik sla hem neer als hij nog eens zo gek wisselt’ en hoe schandalig dat was. Of zoiets. Jammer dat een man van mijn generatie en met zo’n mooie carrière zo liegt, draait en zo’n slapjanus is. Dick wilde zonder mij geen bondscoach worden”, zo spreekt ‘De Kromme’ klare taal. “Hij dacht dat hij me nodig had omdat de publieke opinie niet veel met hem ophad. Dick durfde zonder mij geen bondscoach te zijn op dat moment. Ook op de dag na zijn beruchte wissel Robben/Bosvelt was hij weer angstig. Hij vroeg me tot in de lift van het hotel of ik alsjeblieft de persconferentie wilde doen. Ik moest zijn schild zijn.”
<