kvinl/shutterstock
In de voetbalpodcast van het Algemeen Dagblad is er hard uitgehaald naar het huidige Feyenoord. En vooral hoofdtrainer Robin van Persie moet het ontgelden door de heren. Van de laatste twaalf wedstrijden wisten de Rotterdammers er slechts drie te winnen en dat is natuurlijk erbarmelijk te noemen voor de Rotterdamse topclub.
Sportjournalist Mikos Gouka snapt niet hoe het met deze cijfers zo rustig is gebleven in De Kuip. “In De Kuip krijg je weleens het idee dat het allemaal crescendo verloopt, tot mijn grote verbijstering. We hebben het over twaalf wedstrijden en daar win je er maar drie van. Dankzij de status van Van Persie zien veel mensen lichtpunten. De trainer zelf voorop”, is Gouka vol ongeloof.
Maarten Wijffels haakt in en blikt daarbij terug op de tijd onder Arne Slot. “Bij Slot moesten buitenspelers het verschil maken. Hadj Moussa doet het soms, maar vaak ook niet. Links zag je vrijwel niets. Ook bij de backs is het verschil groot”, vertelt Wijffels over de verslechterde speelstijl. Daarnaast wijst hij op de enorme ruimtes die Feyenoord weggeeft. “Je zag tegen Twente en Heerenveen dat tegenstanders in twee, drie passes het hele middenveld oversteken. Dan moeten aanvallers zestig meter terug.”
Gouka is het met Wijffels eens. “Mensen willen zien dat Twente bij de strot wordt gegrepen, zoals onder Slot en deels onder Priske. De nederlaag tegen PSV (2-3) was eigenlijk het begin van het einde.” Wijffels vraagt zich af wat Feyenoord nog kan betekenen in topduels in de tweede seizoenshelft. “Wie is er nu nog bang voor Feyenoord? Niemand. Als Robin van Persie geen Feyenoord-verleden had, dan kijkt de directie naar hem als trainer die bij Heerenveen geen succes heeft gehad en het nog maar moet bewijzen. Maar omdat hij een Feyenoord-verleden heeft, kijken ze anders.”
“Minder kritisch”
Toch wil de club door met de oefenmeester, tot grote verbazing van Gouka. “Er moet eigenlijk iemand van buitenaf zijn die dit zakelijk kan beoordelen. Feyenoord wordt steeds minder kritisch. Er wordt gecommuniceerd dat plek twee eigenlijk prima is. Dat is niet hoopgevend voor de toekomst.”
<