
Tijjani Reijnders maakte deze zomer de overstap van Manchester CIty naar het Saoedische Al Qadsiah. En daar heeft de 28-jairge middenvelder het uitstekend naar zijn zin. In een gesprek met het Algemeen Dagblad geeft hij tekst en uitleg over zijn zeer lucratieve transfer.
Een vertrek naar Al-Qadsiah stond aanvankelijk niet hoog op zijn verlanglijstje. Reijnders kende de club nauwelijks en moest zelfs opzoeken in welke kleuren zijn nieuwe werkgever speelde. De interesse zette hem daarom niet direct aan het denken. “Toen mijn vader voor het eerst vertelde dat Al-Qadsiah interesse had, dacht ik in eerste instantie: daar moet ik echt nog even over nadenken.” Gesprekken met manager Brendan Rodgers veranderden dat gevoel. “Ik werd eigenlijk steeds enthousiaster.”
Naast het sportieve verhaal speelde het financiële plaatje een belangrijke rol. Volgens het Algemeen Dagblad kan Reijnders in vier jaar naar verluidt zo’n honderd miljoen euro verdienen. De Oranje-international probeert dat niet te verbloemen. “Ik wil na mijn carrière niet meer hoeven werken. Als je ziet om welke bedragen het gaat: zeg daar maar eens ‘nee’ tegen.” Daarbij kijkt Reijnders verder dan zijn eigen toekomst. “Nu kan ik ervoor zorgen dat ook mijn kleinkinderen het heel goed gaan hebben.”
Dat betekent volgens Reijnders niet dat hij zijn sportieve ambities heeft opgegeven. De middenvelder wil zich blijven ontwikkelen en sluit een terugkeer naar Europa nadrukkelijk niet uit. Ook het niveau in Saudi-Arabië valt hem mee. “Als ik het niveau van de competitie moet inschatten, zet ik de Saudi League iets onder Italië, maar boven de Eredivisie.”
De verhuizing had ondertussen ook gevolgen voor zijn gezin. Zijn vrouw moest volgens Reijnders vooral wennen aan de grotere afstand tot familie en vrienden. “In het begin moest ze even wennen aan het idee”, vertelt hij. Inmiddels heeft het gezin zijn draai gevonden en denkt Reijnders alweer aan zijn sportieve toekomst. “De deur naar Europa is echt niet voor altijd dicht. Sterker nog: mijn ambitie is om straks ook nog mooie jaren te hebben op de Europese velden.”
<