
Afgelopen zomer verruilde Tijjani Reijnders Manchester City voor een nieuw avontuur bij Al Qadsiah. De 28-jarige middenvelder heeft in een gesprek met het Algemeen Dagblad tekst en uitleg gegeven over zijn opmerkelijke transfer. In vier jaar zal hij zón honderd miljoen euro gaan opstrijken.
Naar verluidt waren Atlético Madrid en Nottingham Forest ook in de markt voor de handtekening van Reijnders. “Er was inderdaad wel interesse, maar uiteindelijk pakten die clubs niet door”, vertelt de Nederlander. “Het punt was dat Manchester City een minimale prijs had waarvoor ze me wilden verkopen. Blijkbaar konden of wilden die clubs daar niet aan voldoen.”
Reijnders wordt vervolgens geconfronteerd met het feit dat vijftig of zestig miljoen euro ‘een heel normale prijs’ is geworden in Engeland. “Maar dat soort bedragen werden meestal betaald voor voetballers die bij hun club vrijwel altijd speelden”, reageert de middenvelder. “Bij mij was dat in de tweede seizoenshelft helaas niet het geval. Voor mij was dat de belangrijkste reden om weg te willen bij City: ik wilde weer lekker voetballen.”
“Knoop doorhakken”
Half augustus bereikte Reijnders een akkoord met Al-Qadsiah en dus was er eventueel nog tijd om te wachten op een andere club. “Op een gegeven moment hak je de knoop door. Daar heb ik zeker geen spijt van”, aldus de Oranje-international. “Het totaalplaatje klopte voor mij gewoon. Inmiddels voetbal ik weer echt met een lach op mijn gezicht. Dat heb ik altijd gedaan, maar afgelopen seizoen was ik dat echt even kwijt.”
<