Bruno Martins Indi denkt dat zijn plafond niet bij Feyenoord ligt. De verdediger ziet zichzelf op termijn wel een stap naar het buitenland maken. Op dit moment vindt de mandekker echter dat hij nog veel bijleert in Rotterdam.
“We zijn op de goede weg. Dit positieve van het voetbal kan tegelijkertijd ook het negatieve zijn. Je moet je ervan bewust zijn dat het ook zo weer om kan slaan”, liet Martins Indi los over de buitenlandse interesse voor hem tegenover het Algemeen Dagblad.
“Om beter te worden moet je gewoon op het allerhoogste niveau spelen. Dus is een transfer op termijn onvermijdelijk, dat zal niemand ons kwalijk nemen. Wanneer dat is, kan ik niet zeggen. Ik ben altijd op mijn gevoel afgegaan en dat zal ik blijven doen.”
“Als je het mij nu op dit moment vraagt, dan zeg ik dat ik me hier bij Feyenoord nog kan ontwikkelen”, vervolgde de twintigjarige verdediger. “Daarom ben ik Louis van Gaal ook dankbaar dat hij mij de kans heeft gegeven om mezelf op het hoogste niveau te laten zien. Dat geldt ook voor Ronald Koeman, want die heeft mij opgesteld bij Feyenoord.”
“Er zijn veel jeugdspelers van Feyenoord vroeg naar het buitenland gegaan. Maar ik moet eerlijk zijn, in die periode van mijn leven stonden er echt geen buitenlandse clubs voor mij op de stoep. Dat was pas zo na het EK voor Oranje onder negentien jaar, twee jaar geleden. Je kunt zelf het beste inschatten of je daar klaar voor bent of niet. Ik zal nooit zeggen dat jongens het anders hadden moeten doen. Iedereen bewandelt zijn eigen pad”, besloot Martins Indi.
<