ph.FAB/shutterstock
Veel aanvallers die de overstap maken van de Nederlandse Eredivisie naar een grote buitenlandse competitie hebben het erg moeilijk. Dit geldt ook voor Noa Lang. Hij verruilde deze zomer PSV voor Napoli maar een groot succes is het niet te noemen. Toch blijf analist Wim Kieft in hem geloven.
In zijn column voor De Telegraaf begint Kieft als eerste over Santiago Gimenez. āZo is het meer spitsen vergaan die in Nederland doelpuntenmachines waren en in topcompetities droogvielenā, stelt de oud-spits. āMateja Kezman scoorde voor PSV aan de lopende band, maar in Engeland (Chelsea), Spanje (AtlĆ©tico Madrid) en Frankrijk (Paris Saint-Germain) maakte hij het niet waar.ā
āEen GimĆ©nez in vorm deed bij Feyenoord best bijzondere dingenā, vervolgt Kieft. āAlleen is het voor buitenlandse topclubs geen garantie of spelers van dat niveau in betere, snellere, soms defensievere competities eenzelfde impact hebben. In de Eredivisie met veel jonge spelers en vooral op de aanval gerichte teams gaat het veel spitsen nu eenmaal een stuk eenvoudiger af.ā
“Tijd nodig om aan te haken”
Volgens Kieft verdienen spelers wel de tijd om aan te haken. āOm Noa Lang in het rijtje te scharen van GimĆ©nez en Kezman is te vroeg. Hoewel je dat idee misschien krijgt omdat hij niet aan de bak komt bij Napoliā, vervolgt de columnist. āToch verdient hij enige aanpassingstijd in een andere cultuur. Zijn weerbarstige karakter zal hem soms in de weg zitten, zagen we eerder bij PSV, maar ook daarvoor bij Club Brugge en Ajax.ā
āToch lukte het hem uiteindelijk om iedereen te overtuigen in BelgiĆ« en bij PSV. Alleen is de Serie A vooralsnog een ander verhaalā, besluit Kieft.
<