Voetbal4U

"Voor het laatste voetbalnieuws uit binnen en buitenland"

‘Ajax gaat kopje onder in rechtszaak en moet miljoenen aftikken’

Ajax stadium
VladimirZhoga/shutterstock

Ajax moet een miljoenenbedrag overmaken aan scoutingsbureau GIC van Peter Gerards. Het gaat om een bedrag van meer dan twee miljoen euro. Het bureau heeft namelijk recht op een vergoeding omtrend de transfer van Lisandro Martinez en Antony. Dit heeft het gerechtshof in Amsterdam vandaag bepaald.

De oorsprong van het conflict ligt in een scoutingsovereenkomst die Ajax in 2016 sloot met GIC. Het bureau werd ingeschakeld om talenten te scouten, met name in Zuid-Amerika. Volgens GIC heeft het een belangrijke rol gespeeld bij het ontdekken en aanbevelen van zowel Antony als Lisandro Martínez. Ajax heeft tijdens de procedure niet betwist dat GIC betrokken was bij het aandragen van deze spelers. De discussie ging uitsluitend over de vraag of GIC nog recht had op een financiële vergoeding toen beide spelers jaren later voor enorme bedragen werden doorverkocht.

Volgens de scoutingsovereenkomst had GIC recht op een vergoeding wanneer Ajax winst maakte op een transfer van een speler die door het bureau was aangebracht. Toen Antony en Martínez in 2022 naar Manchester United vertrokken, meende GIC daarom aanspraak te kunnen maken op een bedrag van ongeveer twee miljoen euro. Peter Gerards stelde dat zonder zijn bureau beide spelers waarschijnlijk nooit bij Ajax terecht waren gekomen en dat de contractuele afspraken daarom nagekomen moesten worden.

“Ajax verliest rechtszaak van scoutingsbureau GIC”

Ajax verweerde zich met het argument dat de overeenkomst in 2020 was beëindigd. De club verwees daarbij naar een brief die werd opgesteld toen de samenwerking met GIC afliep. In die brief stond dat GIC Ajax “finale kwijting” verleende voor alle betalingen die voortkwamen uit de overeenkomst. Volgens Ajax betekende dit dat GIC afstand had gedaan van alle toekomstige aanspraken, waaronder eventuele vergoedingen die zouden ontstaan bij latere transfers van spelers. De club vond daarom dat er geen verplichting meer bestond om nog geld aan het scoutingsbureau te betalen.

Een rechtbank gaf Ajax eerder gelijk en wees de vordering van GIC af. Peter Gerards en zijn bedrijf legden zich daar echter niet bij neer en gingen in hoger beroep. Het gerechtshof keek opnieuw naar de inhoud van de overeenkomst en de betekenis van de brief uit 2020. Daarbij kwam het hof tot een andere conclusie dan de rechtbank. Volgens de rechters had de brief niet de verstrekkende betekenis die Ajax eraan gaf. De “finale kwijting” had uitsluitend betrekking op betalingen die tot dat moment verschuldigd waren en reeds waren voldaan. Uit de tekst bleek volgens het hof niet dat GIC ook afstand had gedaan van rechten op toekomstige vergoedingen die nog konden ontstaan uit eerdere scoutingsactiviteiten.

Het hof concludeerde daarom dat GIC zijn rechten op toekomstige transfervergoedingen niet had verloren. Omdat Antony en Martínez onder de voorwaarden van de scoutingsovereenkomst vielen, heeft GIC alsnog recht op een vergoeding. De vordering van het scoutingsbureau werd daardoor toegewezen. Ajax moet nu een financiële compensatie betalen die volgens verschillende berichten rond de twee miljoen euro bedraagt, mogelijk vermeerderd met rente en proceskosten.

De zaak werpt ook een licht op de manier waarop Ajax in het verleden samenwerkte met externe scouts. Tijdens de procedure kwam naar voren dat de beëindiging van de samenwerking in 2020 volgens Gerards zeer summier verliep. Hij verklaarde dat toenmalig technisch directeur Marc Overmars hem in een gesprek van slechts enkele minuten had meegedeeld dat de overeenkomst werd beëindigd. Daarna volgde een schriftelijke afhandeling die uiteindelijk aanleiding gaf tot de juridische discussie die nu door het gerechtshof is beslecht.

“Flinke tegenvaller”

Voor Ajax betekent de uitspraak opnieuw een juridische tegenvaller. Naast de financiële gevolgen laat de zaak zien hoe belangrijk duidelijke contractuele afspraken zijn binnen de internationale transfermarkt. Voor GIC en Peter Gerards vormt de uitspraak juist een belangrijke overwinning. Het hof heeft bevestigd dat scoutingsbureaus ook na beëindiging van een samenwerking onder bepaalde omstandigheden rechten kunnen behouden op toekomstige transfervergoedingen, zolang die rechten expliciet in eerdere overeenkomsten zijn vastgelegd en niet ondubbelzinnig zijn opgegeven.

<

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *